Home   Schoolkind

Schoolkind

Wat heeft uw kind al veel geleerd en wat gaat de tijd snel!

Maar vanaf het vierde jaar gaat het verder in een sneltreinvaart. De school, de klasgenootjes en de juf vormen een nieuwe leeromgeving voor uw kind. Een eigen wereldje waar u, als ouder, niet meer alle invloed op heeft. Kinderen gaan meer samenspelen en gaan zich meer en meer meten aan vriendjes en vriendinnetjes. Welke plaats uw kind heeft in de klas hangt af van veel factoren, maar de motoriek is daarin een belangrijke. “Wat kan ik” bepaalt het zelfbeeld en is belangrijk voor het zelfvertrouwen. Goed kunnen bewegen maakt dat het kind zich vrij en gemakkelijk beweegt tussen en met de andere kinderen in de klas, op het schoolplein of tijdens de gymles.
De nieuwe vaardigheden die het kind tussen het 4e en 7e jaar leert, zijn: op één been staan, hinkelen, fietsen, zwemmen, tekenen en schrijven, kleuren en knippen.
Een schoolkind kan moeite hebben met stilzitten, tekenen, knutselen of schrijven. Het kan motorisch onhandig zijn, houterig bewegen, veelvuldig vallen, vaak hun evenwicht verliezen of veel uit hun handen laten vallen. Ook kan een kind angstig zijn om te bewegen en het bewegingsspel vermijden. Het heeft weinig plezier in het bewegen.
Zo’n kind kan lichamelijk, maar ook sociaal vast lopen, doordat hij of zij moeite heeft met het spelen op het schoolplein of dat het tijdens de gymles niet kan meekomen met leeftijdsgenootjes.
De stap naar de kinderfysiotherapeut kan een kind een kans geven om zich weer te ontwikkelen in het motorische bewegen.
Voor een kind betekend dit: “ik kan meedoen en ik heb weer plezier in bewegen!”
Het doel van een behandeling door de kinderfysiotherapeut is om uw kind beter te laten functioneren in zijn fysieke en sociale omgeving.

Enkele voorbeelden van behandelindicaties:

  • motorische ontwikkelingsachterstand (grof of fijn motorisch)
  • ADHD en pervasieve ontwikkelingsstoornissen
  • DCD (Developmental Coordination Disorder)
  • houdingsproblemen
  • afwijkende stand van voeten en benen, veel struikelen en vallen
  • tenenlopen
  • hoofdpijn
  • pijn bij bewegen en sportblessures
  • problemen in de sensorische integratie, waardoor prikkels anders worden verwerkt
  • schrijfproblemen
  • ademhalingsproblemen: bijv. astma of hyperventileren
  • mentale retardatie
  • cerebrale parese
  • hersenletsel t.g.v.een ongeval
  • jeugdreuma
  • spanningsklachten

Klik hier en lees over de praktijk voorbeelden.

 
39